Model 2.18 - Exploitatie- en kasstroomoverzicht agentschap
(1) Vastgestelde begroting | (2) Mutaties 1e suppletoire begroting | (3) = (1) + (2) Totaal geraamd | |
|---|---|---|---|
Baten | |||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 0 | 0 | 0 |
waarvan product/dienst A | 0 | 0 | 0 |
waarvan product/dienst B | 0 | 0 | 0 |
waarvan product/dienst C | 0 | 0 | 0 |
- Baten als tegenprestatie voor de levering van input | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijdrage aan A | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijdrage aan B | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijdrage aan C | 0 | 0 | 0 |
Rentebaten | 0 | 0 | 0 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 0 | 0 | 0 |
Lasten | |||
Apparaatskosten | 0 | 0 | 0 |
- Personele kosten | 0 | 0 | 0 |
waarvan eigen personeel | 0 | 0 | 0 |
waarvan inhuur externen | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige personele kosten | 0 | 0 | 0 |
- Materiële kosten | 0 | 0 | 0 |
waarvan apparaat ICT | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige materiële kosten | 0 | 0 | 0 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 0 | 0 | 0 |
Rentelasten | 0 | 0 | 0 |
Afschrijvingskosten | 0 | 0 | 0 |
- Materieel | 0 | 0 | 0 |
waarvan apparaat ICT | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 0 | 0 | 0 |
- Immaterieel | 0 | 0 | 0 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 |
(1) Vastgestelde begroting | (2) Mutaties 1e suppletoire begroting | (3) = (1) + (2) Totaal geraamd | ||
|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 0 | 0 | 0 |
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) | 0 | 0 | 0 | |
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) | 0 | 0 | 0 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 0 | 0 | 0 |
Totaal investeringen (-/-) | 0 | 0 | 0 | |
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | 0 | 0 | 0 |
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) | 0 | 0 | 0 | |
Eenmalige storting door moederdepartement (+) | 0 | 0 | 0 | |
Aflossingen op leningen (-/-) | 0 | 0 | 0 | |
Beroep op leenfaciliteit (+) | 0 | 0 | 0 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 0 | 0 | 0 |
5. | Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4) | 0 | 0 | 0 |
TOELICHTING
Exploitatieoverzicht: opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting naar de stand van de Voorjaarsnota.
Let op: Vanaf dit jaar dient ook voor het uitvoeringsjaar 2026 het exploitatieoverzicht te worden ingevuld conform de indeling van het overeenkomstige model 1.35 van de ontwerpbegroting 2026 uit de RBV 2025. Vorig jaar was de uitvoering van 2025 hiervan vrijgesteld omdat het een overgangsjaar van de nieuwe Regeling agentschappen betrof.
Kasstroomoverzicht: de uitsplitsing van de totale operationele kasstroom naar ontvangsten en uitgaven is verplicht per begroting 2017. Eerdere toepassing wordt aanbevolen. Indien de uitsplitsing nog niet blijkt uit de begroting uit eerdere jaren, dan kan volstaan worden in de betreffende kolom met vermelding van alleen het totaal van de operationele kasstroom.
Alle (sub)totalen dienen de som te zijn van onderliggende detail regels. Indien er één of meerdere «waarvan» wordt opgenomen welke niet gelijk is met of optelt tot het (sub)totaal dient er een «waarvan overig» te worden opgenomen.
Dit model wordt ingevuld bij cumulatieve mutaties (in totaal) groter dan 5 % van de oorspronkelijk vastgestelde begroting of cumulatieve mutaties (in totaal) groter dan € 20 mln. ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting.
Daarbij geldt dat:
de cumulatieve mutaties bezien worden op het totaal aan baten of lasten van een agentschap (dus niet op een individuele product/dienst groep);
de cumulatieve mutaties bezien worden ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting;
dit model niet ingevuld hoeft te worden, indien de mutaties bij 1e suppletoire per saldo 0 zijn. Het saldo is per categorie (baten of lasten).
Voorbeeld: bij 1e suppletoire is sprake van een overschrijding van 2% die absoluut minder is dan € 20 miljoen. Deze mutatie hoeft niet te worden toegelicht. Indien zich bij 2e suppletoire een overschrijding voordoet van 4%, dan moeten beide overschrijdingen worden gemeld bij de 2e suppletoire. Hoewel de twee afzonderlijke mutaties kleiner zijn dan 5%, is sprake van een cumulatieve overschrijding van de oorspronkelijk vastgestelde begroting met 6%.
Voorbeeld: in het geval er bij 1e suppletoire - binnen het totaal aan baten - een mutatie van + € 25 mln. (bv. baten product/dienst A) en een mutatie van € 25 mln. (bv. baten product/dienst B) hebben voorgedaan, dan hoeft dit model niet te worden toegelicht. Immers, per saldo bedragen de cumulatieve mutaties 0 en is het totaal aan baten niet gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting.
Bijdragen van het moederdepartement om het agentschap te ondersteunen als gevolg van het maximeren van doorberekende tarieven worden als exploitatiesubsidie verwerkt en toegelicht als apart onderdeel van de baten.
Bijdragen voor de bedrijfsvoering verlopen niet langer meer via een directe vermogensmutatie maar via de staat van baten en lasten, zolang prestatie indicatoren zijn gedefinieerd en gerealiseerd. Het uitgangspunt is dus dat alle mutaties in het eigen vermogen via de baten in de resultatenrekening worden verantwoord, tenzij deze expliciet en limitatief zijn aangemerkt als directe mutatie in het eigen vermogen.
Voor een toelichting bij overige specifieke posten in het exploitatieoverzicht, zie model 1.35.
Voor overige bepalingen (zoals wat verstaan wordt onder 'derden') aangaande agentschappen zie de paragraaf inzake agentschappen in de voorschriften omtrent de departementale begroting en natuurlijk de Regeling agentschappen 2024.